Blog

Een steuntje in de rug voor eigenaren van woonhuismonumenten.

Voor eigenaren van woonhuismonumenten blijft het spannend. Spannend of het schouderklopje van de overheid, de steun in de rug bij onderhouden van je Rijksmonumentale woning, blijft bestaan. De dreiging van verdwijnen van de aftrek inkomstenbelasting en “wat komt er dan voor in de plaats” houdt de gemoederen bezig. 

In mijn vorige blog schreef ik al wat mijn mening is over de functionaliteit van de regeling. Nu de overheid stelt dat een subsidieregeling ontworpen gaat worden ter vervanging van de aftrek van inkomstenbelasting vraag ik mezelf af of het daar overzichtelijker en makkelijker van wordt. Ik kijk er als ondernemer tegenaan en denk steeds aan efficiency en opbrengst en dat lijkt mij dat dat hier ook moet gebeuren. 

Bovenstaande is voer voor lobby en politiek. Ik heb in mijn werk te maken met de dagelijkse praktijk. De trotse eigenaar en bewoner van een Rijksmonument dat al tientallen, zo niet honderden, jaren de binnenstad of het platteland siert. De karakteristieke panden waar wij een blokje voor omfietsen om te genieten van de sfeer die dat op het platteland uitstraalt of waarvoor we een uitstapje maken naar die andere stad dan waar we wonen om te winkelen of op terras te genieten. Wij, wij Nederlanders maar ook toeristen die ons land bezoeken of expats die in ons land aan de slag gaan, zijn graag waar een historische omgeving is. Die omgeving moeten we koesteren. Met het stimuleren van die eigenaren om het onderhoud op orde te houden is niets mis. Zij beheren per slot van rekening een stuk van ons gezamenlijke erfgoed. 

Terug naar de eigenaar en bewoner van dat monument. Met gepleisterde of knipvoeg gevels waarin de kozijnen verfijnd van details in raam- en glasverdeling voorzien zijn, fraaie betimmeringen erom heen heeft en een rijk geornamenteerde goot voor de waterafvoer van het met oude pannen, leien of zink bedekte dak zorgt. Ik heb het dan alleen nog maar over de buitenzijde van de woning, hetgeen wij als passanten zien. 

Vergelijk deze buitenschil met een woning gebouwd in de jaren 70. Die heeft efficiënte kozijnindelingen met veel glas en weinig houtprofiel (als het al hout is), nauwelijks houtwerk aan de goot, een betonpannendak en een gemetselde gevel met borstelvoegwerk. 

Wanneer je naar onderhoudskosten per m2 buitenoppervlak kijkt, dan spreek je onder normale omstandigheden over factor 2,5 à 3 dat het onderhoud aan de monumentale buitenschil duurder is. Hetgeen bij rijk sieren van gevel en dak nog oploopt. Het geven van een duwtje in de rug aan deze eigenaren zorgt voor behoud van waardevolle geschiedenis én heeft als bijkomend voordeel dat het de ambachtslieden in ons land een blijvende ontwikkeling geeft. 

Kom ik -tot slot- toch even terug naar lobby en politiek. De mooie panden die meedoen aan de naam en faam van onze stad of het platteland verdienen een steuntje in de rug. De eigenaren dragen met onderhoud aan hun pand bij aan de levendigheid en doen aan citymarketing. Dat laatste is natuurlijk iets voor de lokale politiek en niet voor de landelijke maar wat zou het fijn zijn dat al die belangen allen tezamen gewogen worden. Ik wens de overheden samen veel wijsheid toe. 

Hierbij nog een paar tips die ik herhaal uit mijn vorige blog:

  • Voor de overheid: verzint eer gij begint! Een mooi en passend monumentaal gezegde.
  • Voor de monumenteneigenaar: nu in 2017 de oude aftrekregeling er nog is kijk wat je dit jaar kunt doen.


Jaco Balemans, 
Directeur / eigenaar Bouwbedrijf Balemans.

 

 

 Tags: Restauratie Breda, Restauratie Etten-Leur, Restauratie Geertruidenberg, Restauratie Tilburg, Restauratie Bergen op Zoom, Restauratie Schoten (België)Restauratie, Restaurateur.

 

terug naar vorige pagina

Jaco Balemans

Directeur/ Eigenaar